|
Vissen is een deel van mijn leven geworden. Ik maak samen met een aantal zeer betrokken mensen oa. het magazine Witvis Totaal, schrijf in binnen en buitenlandse tijdschriften, ben consultant bij Shimano en verzorg gidssessies. Ik doe dit omdat ik het leuk vind –en er uiteindelijk ook mijn geld mee verdien. Zo nu en dan ontmoet je ook mensen waarmee je het erg goed kunt vinden. Een dergelijk persoon is Balász Kerekes, een Hongaar die net zoals ik een passie heeft voor vissen. Ook als mens hebben we veel raakvlakken en plots ontstaat er een vriendschap.  Samen met Ton Ruijs en Gerard Paans waren we te gast bij Balász op zijn thuiswater de Tisza in Hongarije… Ervaringen opdoen in andere landen heeft mij altijd getrokken. Al eerder was ik in Hongarije (Balaton) om op roofblei te vissen. Dit waren fantastische ervaringen waarvan ik veel geleerd heb. Maar, in Hongarije zijn ook een aantal prachtige rivieren die mij wel trekken. En, het bleek dat je gericht op roofblei kunt vissen in de winter… Tot 12 kg! Het is altijd weer afwachten wat een dergelijke vistrip zal brengen. Ik informeer en zoek me eigen altijd suf als ik op pad ga. Zo hoorde ik dat er roofbleien gevangen worden tussen de 6 en 12 kg! Dergelijke zware vissen zijn in Nederland bij mij weten nog nooit gevangen. Natuurlijk zijn zulke vissen uitzonderingen en geen dagelijkse kost. Maar, als ik weet dat er zulke grote jongens zitten, dan stroomt het bloed sneller door m’n aderen. Eenmaal aangekomen was de belangstelling groot. Vele lokale vissers kwamen mijn boot bekijken, want dergelijke boten kennen ze daar niet. Ook internet is daar niet gewoon, dus surfen op het net is er niet bij. Langs de oever van de Tisza liggen werkelijk honderden visbootjes. Allemaal bootjes rond de 4 meter met 5 maximaal 10 pk erop. Lokale vissers varen dus niet ver –en ze vissen allemaal strak langs de kant tussen de bomen die in het water staan. Verticalen, dropshotten en/of speedjiggen doen ze niet. Ze vissen allemaal met levend aas. Zachte hengels voorzien van een schuifloodje en een visje. De één werpt het visje in de oever en de/een ander laat het visje passief op de bodem liggen. Iedereen neemt vis mee, want de werkeloosheid is hoog. Zeven dagen per week wordt er gevist, dus het water wordt druk bezocht. Toch zit er voldoende vis. Want op roofblei vissen ze bijvoorbeeld niet -en omdat ze alleen maar langs de oevers vissen blijft het grootste deel van de rivier maagdelijk. En daar lag onze uitdaging!  Werpen, werpen en nog eens werpen… Omdat we maar drie dagen hadden om te vissen had ik mijn zinnen gezet op roofblei. Roofblei vangen in de winter is nieuw voor mij –en ik wilde gewoon weten hoe ze dan azen en waar. Volgens Balász, de man die het afgelopen jaar drie maal bij mij te gast was om te snoekbaarzen, konden we ze nog overal verwachten. In ons land is het in december écht wel gedaan met de visserij op roofblei, maar op de Tisza schijnbaar niet. Ik was dus erg benieuwd.We gebruikten hengels van 3.00 meter, een molen uit de 4000 serie met daarop een 12/00 Power Pro gevlochten lijn. Als voorslag 30/00 fluorocarbon rig. Volgens Balász moesten we gewoon scholen witvis opzoeken. Het was even zoeken, maar uiteindelijk vonden we vis tussen de 3 en 5 meter. Het water stroomde langzaam en was troebel. Geen ideale omstandigheden volgens Balász, want hoe helderder het water des te beter zijn de vangsten. We besloten toch om door te zetten. Ik had mijn rig voorzien van een witte twister op een fireball en daarboven een streamer aan een zijlijn. Deze montage had ik al eerder op het Balaton met succes gebruikt. Ook mijn vismaten Ton en Gerard hadden een dergelijk setup –en de eerste worpen waren al snel een feit. De eerste dag verliep erg moeizaam. We konden geen roofblei vinden –en vingen er dus ook geen! Dan maar even snel verticalen, want dat doen ze daar niet. Binnen een half uur vingen we een paar fraaie vissen. Balász drilde met plezier een mooie dikkerd –en was overtuigd van het feit dat verticalen op deze rivier zeker potentie heeft. Naast de snoekbaars zoals wij die kennen, zit er ook een andere variant; “stone zander” noemen ze die daar. Het zijn kleinere vissen tot ongeveer 50 centimeter. De strepen en de ogen zijn pikzwart en de tandjes zijn anders dan bij ‘gewone’ snoekbaars. Ook het aasgedrag is anders, veel voorzichtiger. We vingen binnen no time enkele vissen –en ook dit was een belevenis op zich. De kleine fijne tandjes voel je knarsen over het aas. We vingen ze met kleine visjes op een dropshotmontage -en met een zijlijn montage. Al met al dus leuke ervaringen op dag 1.  Bij toeval gevonden… Op de terugweg van dag 1 kwam er iets tussen de schroef. Ik trimde de motor omhoog en wat denk je; er zat een roofblei tussen! De vis hadden we helaas getroffen, maar dit betekende wél dat ze daar zaten. Snel een waypoint aangemaakt voor de volgende dag, want een roofblei zit niet alleen. Op de betreffende plek was het 2 meter diep – een ondiep gedeelte van de Tisza, waar het aan het begin en eind tot 10 meter diep afliep. De roofblei was helaas zo ernstig beschadigd dat deze dood ging. De volgende dag waren we gebrand om roofblei te vangen. We gingen naar de plak waar we de dag ervoor een roofblei hadden geraakt. Ik legde de boot dwars op de stroom midden in de rivier. Op deze manier driften we langzaam stroomafwaarts –en konden we beide oevers nét bereiken. Na een twintigtal worpen was het raak. Ik ving een roofblei op de streamer, het bovenste kunstaas van de rig. Ze konden het dus wel degelijk zien, want het water was net zo ‘donker’ als de dag ervoor. Tijdens het werpen voelde je af en toe vis. Dit waren scholen witvis die er ook lagen. En telkens als er witvis lag kregen we beet. We vingen die dag ruim 20 roofbleien en verspeelden er zeker 10. Helaas geen dikke vissen, maar dat mocht de pret niet drukken. Ton en Gerard hadden er nog nooit een gevangen, dus die waren onder de indruk van de felle aanbeten. We visten allemaal met een streamer aan een zijlijn en onderaan een twister of een Asp spinner. De kleur wit bleek wél veruit het beste, want met andere kleuren kregen we geen beet. We hadden de roofblei per toeval gevonden. Eenmaal terug in de haven was het nieuws al snel rondgegaan; “de Hollanders vingen Aspius voor de lol”. Want, tja wij zetten alle vissen weer terug –en dat is iets wat ze niet gewend zijn. Vissen wordt daar vooral ook beoefend om te eten. Toch bleek er ineens belangstelling voor de boot, kunstaas, elektromotoren, GPS en dieptemeter te zijn. Balász had namelijk ook mijn boot gekocht en dat was het nieuws van de dag. Zijn visserij zal zich zeker verder uitbreiden omdat hij simpelweg sneller en verder kan varen, dus andere en nieuwe stekken kan vinden. Er was zelfs al een Hongaar die vroeg of ik mijn volgende boot aan hem wilde verkopen!  Stone zander: Het lijken wel tijgers! Ervaring rijker Wederom heb ik veel geleerd. Een nieuw water bevist en andere mensen ontmoet. Roofbleien blijven in Hongarije op de Tisza dus gewoon eten, waarom dan niet in Nederland? Eigenlijk heb ik het nooit geprobeerd, dus dat ga ik zeker doen. Tevens hebben we ook een ander soort snoekbaars gevangen en gewoon veel lol gehad. Mijn boot heb ik achter gelaten, die is in goede handen. Ik ga er zeker terug… @Auteur: Willem Stolk
|