|
1e wedstrijd 2008 Het is me al diverse keren gevraagd: “waarom doe je niet mee aan het NKS,- je schrijft altijd over vissen, maar ga eens de ‘strijd’ aan met anderen”? Nou is wedstrijdvissen niet te vergelijken met ‘voor jezelf’ vissen, maar ik kan me de opmerkingen wel voorstellen. Ik vind roofvissen op verschillende wateren een uitdaging –en als je voor jezelf vist, dan heb je tijd om te experimenteren. Tijdens een wedstrijd heb je die tijd niet of nauwelijks. Je moet vooraf keuzes maken en ervoor gaan. Ik heb vroeger ervaring genoeg opgedaan tijdens de vele witviswedstrijden, daar moest je ook vooraf bepalen wat te doen. Je kunt tijdens een wedstrijd wel wat kleine wijzigingen doorvoeren, maar als je ‘zoekende’ raakt, dan wordt het 9 van de 10 keer niets. Een gokje wagen of het over een hele andere boeg gooien, dat doen we meestal het laatste kwartier (als het nodig is).  Doel Ik heb dit seizoen besloten om mee te doen –en als ik ervoor ga, dan moet het ook voor 100%. Dus veel voorbereiden en informatie inwinnen. Marcel en ik zijn al tijden bezig om te kijken wat ons te wachten staat. We kijken naar onze tegenstanders en proberen het water waar we moeten vissen zo goed mogelijk te ‘bestuderen’. De avond voor de wedstrijd zien we ons bed altijd laat! We blijven maar praten en vaak schrikken we van de tijd en hebben we nog maar een paar uurtjes nachtrust. Maar vissen blijft vissen, je kunt de plank gewoon misslaan. We blijven daarom ook nuchter en hebben onszelf een doel gesteld: We willen bij de eerste 10 eindigen. En of dat lukt??? Daarnaast moet je goed met elkaar op kunnen schieten en elkaar vis gunnen. Soms gebeurd het dat de een meer of minder vangt dan de ander, dat hoort erbij. Marcel ken ik al sinds een jaar of tien – ik kwam hem tegen tijdens een van onze vissesies in Spanje – en tja het moet gewoon klicken. 1e wedstrijd: Nederrijn Ik vis veel op rivieren, maar dat zegt natuurlijk niets als je er moet vissen wanneer er 70 boten meedoen. Dan is het een ander verhaal. Vooral als de vis ondiep ligt, is de verstoring door de aanwezigheid van de vele boten goed te merken. De vis schiet weg, naar het diepe –en de rest lijkt dan ook ‘gewaarschuwd’. Deze eerste wedstrijd hadden we goed voorbereid. Tijdens het voorvissen bleek dat de vis moeizaam aasde. Dit kwam volgens ons door het ontbreken van de stroming, het water was dan ook erg helder. Dit was met witvissen al zo en ook roofvissen reageren hierop. We kwamen al snel tot de conclusie dat er weinig gevangen zou worden: elke vis telt dan… 3e plaats Zoals gezegd hadden we vooraf een keuze gemaakt: we hadden afgesproken om op een plaats te blijven, want we wisten dat het een moeilijk potje zou worden. We visten met twee bijhengels met daarop dode voorns. Onze handhengels waren voorzien van kleine shads. We visten erg traag en telkens wanneer er een schip voorbij kwam versnelden we. De eerste vissen ving Marcel aan de bijhengel – en ik miste er twee! Na twee uur kregen we weer zo’n aasperiode – want dat heb je op de Rijn wel vaker, dat je in een korte tijd meerdere aanbeten krijgt. Ik heb zeker twee uur werpend gevist – ik ving wel vis, maar te klein = niet aan de maat! Wanneer het moeizaam gaat duurt een wedstrijd lang en ben je geneigd om te gaan verkassen. Dit kan natuurlijk werken, maar we hielden vast aan onze afspraak. Uiteindelijk vingen we ook nog wat ondermaatse vissen en 1 maatse snoekbaars. Het bleek genoeg voor een derde plaats ( 3 vissen 71 punten) – een goed begin dus. Leermoment Ondanks deze 3e plaats verspeelden we 4 vissen. 1 maal door lijnbreuk en 3 sloeg ik mis! Met dood aas heb je dat wel vaker, maar tijdens een dergelijke wedstrijd kost je dat punten. We moeten dus aan de slag om te kijken wat we kunnen verbeteren: misschien de ‘aasaanbieding’ veranderen?? Wellicht kan hierbij mijn ervaring, die ik heb opgedaan tijdens het witvissen, helpen. @Auteur: Willem Stolk
|